Totaalleverancier voor grootformaat printoplossingen

NL : +31 (0)76 820 08 30 | Belux : +32 (0)89/46.05.60

Bestanden aanleveren voor textielbedrukking: AI/PDF/PNG, transparantie, resolutie en witte onderlaag

Voorkom vertraging: zo lever je drukklare bestanden aan voor textielbedrukking. Vector vs PNG, resolutie, transparantie, kleur en witte onderlaag uitgelegd.

Waarom aanlevering vaak de grootste bottleneck is (en hoe je ‘m oplost)

In textielbedrukking is de techniek zelden het echte probleem. De grootste vertraging ontstaat meestal vóórdat er één keer geperst wordt: bestanden die niet drukbaar zijn, logo’s als screenshots, verkeerde achtergronden, onduidelijke kleuren en designs die op scherm oké lijken maar op stof plots rafelig worden.

Deze gids is gemaakt voor creatieve bureaus, grafisch ontwerpers, kleine printbedrijven en (micro)kledingmerken die snel willen schakelen. Je leert:

  • welke formaten (AI/PDF/PNG/JPG) wanneer zinvol zijn,
  • hoe je resolutie en afmetingen correct aanlevert (zonder DPI-misverstanden),
  • hoe je transparantie en achtergronden goed beheert,
  • wat een witte onderlaag betekent in textielcontext (en waarom het je kleuren maakt of breekt).

Het doel: minder mails heen-en-weer, minder ‘herwerk’, en een eerste proef die meteen klopt.

Bestandsvereisten verschillen per techniek: flex houdt van zuivere vectorvormen, DTF kan full color aan, sublimatie heeft beperkingen op stofkleur. In de keuzehulp zie je welke techniek bij jouw project past, zodat je meteen het juiste type bestand kunt aanleveren.

De 3 meest gebruikte bestandsformaten (en wanneer je ze wel/niet gebruikt)

1) AI/EPS/PDF (vector)

Vector is het beste voor logo’s, tekst en strakke vormen.

  • Voordeel: schaalbaar zonder kwaliteitsverlies.
  • Ideaal voor: flexfolie, snijplotter, logo’s op borst/rug.
  • Valkuil: rommelige vectors (te veel knooppunten) kunnen snijproblemen geven.

2) PNG (raster met transparantie)

PNG is vaak de standaard voor full color artwork met transparante achtergrond.

  • Ideaal voor: DTF-prints met complexe kleuren.
  • Valkuil: te klein aangeleverd en daarna opgeschaald.

3) JPG (raster zonder transparantie)

JPG kan prima zijn voor foto’s, maar minder voor logo’s.

  • Ideaal voor: fotografische prints (mits hoge kwaliteit).
  • Valkuil: compressie-artefacten rond randen, geen transparantie.

Vector vs raster: wat kies je wanneer?

  • Logo: vector, altijd als het kan.
  • Foto: raster met voldoende resolutie.
  • Kleine tekst: vector, want rastertekst wordt snel rafelig.

Resolutie en afmetingen (de DPI-valkuil)

DPI op zich is niet magisch; de echte vraag is: hoeveel pixels heb je op het gewenste formaat?

  • Lever bij voorkeur aan op (of boven) het eindformaat.
  • Vermijd een 800px breed logo dat 30 cm breed moet worden.

Praktische regel: als je het ontwerp op 100% bekijkt en het is al zacht of pixelig, wordt het op stof niet beter.

Als je flexfolie snijdt en je krijgt rafels, loskomende hoekjes of onmogelijk kleine details, ligt dat vaak aan de vectoropbouw. In de flex-stap-voor-stap gids zie je hoe bestandkeuzes doorwerken in snijden, weeden en persen.

Transparantie, kleurverwachting en de ‘witte onderlaag’ uitgelegd

Transparantie en achtergrond

  • Lever PNG’s aan met echte transparantie.
  • Vermijd een witte achtergrond die ‘lijkt’ op transparant: op donker textiel krijg je dan een witte box.

Kleurverwachtingen op textiel

Textiel is geen papier. De stofkleur beïnvloedt het resultaat.

  • Op donker textiel heb je vaak een witte onderlaag nodig (bij bepaalde workflows) om kleuren helder te houden.
  • RGB op scherm wordt nooit 1-op-1 op stof. Geef daarom referenties: een Pantone, een samplefoto, of een “mag iets warmer/koeler” instructie.

Witte onderlaag: wat is het en waarom is het belangrijk?

Zie de witte onderlaag als een primerlaag die kleur ‘oplicht’ op donkere of gekleurde stoffen.

  • Zonder onderlaag kunnen kleuren dof worden of de stofkleur ‘lekt’ door.
  • Met onderlaag wordt dekking beter, maar de feel kan iets veranderen.

Voor DTF is dit concept vaak ingebakken in de printopbouw. Voor andere technieken is het soms niet beschikbaar of vraagt het een andere aanpak.

Aanlever-checklist (copy/paste)

Gebruik dit als standaard in je e-mail of orderformulier:

  • Bestandstype: AI/PDF (vector) of PNG (transparant)
  • Afmetingen in cm + positie (borst/rug/mouw)
  • Transparantie: ja/nee (en wat moet transparant zijn)
  • Kleurinfo: Pantone of referentie + tolerantie
  • Extra: wil je witte onderlaag / maximale dekking op donkere stof?

Door dit te standaardiseren, win je de meeste tijd in je hele productieproces.

FAQ: bestanden aanleveren voor textielbedrukking

Kan ik een screenshot gebruiken?

Liever niet. Screenshots zijn vaak te klein en bevatten compressie-artefacten. Voor logo’s is vector (AI/PDF) het beste; voor full color artwork lever je een PNG aan op voldoende grootte.

Wat als ik geen vector heb?

Vraag je leverancier of designer om het logo te vectoriseren, of lever minstens een hoge resolutie versie aan. Houd rekening met extra tijd/kosten voor conversie, en met beperkingen bij snijden (flex) of scherpte op klein formaat.

Goede aanlevering is pas echt ‘goed’ als ze past bij de techniek die je kiest (flex/DTF/sublimatie) én bij je stofkleur. In de hoofdgids maak je die keuze snel en voorkom je dat je de juiste bestanden maakt voor de verkeerde techniek.